Robin: Een heel bijzondere puber!

geplaatst in: Blog, Een echte Katja | 0

Dik vier jaar geleden schreef ik onderstaande tekst voor weekblad Zondagnieuws, dat inmiddels niet meer bestaat. Bij het vullen van mijn nieuwe website kwam ik dit verhaal tegen. Bij het lezen van de tekst bedacht ik dat het wellicht leuk zou zijn eens te beschrijven hoe het nu met Robin gaat. Van een bijzonder, energie-vretend kind is hij geworden tot een heel gezellige puber.

Robin was vroeger als kind van een werkende vader en moeder in Sittard regelmatig bij een bevriend gezin. Bij L en S voelde Robin zich ontzettend thuis. Hun drie kinderen waren als broers en zusje voor hem. Vooral N de oudste zoon was Robin’s grote voorbeeld. ‘Mama als ik ooit puber ben dan wil ik net zo leuk en gezellig zijn als N’. Eerlijk gezegd had ik daar altijd een hard hoofd in. Vaak maken dit soort speciale kinderen een heftige puberteit door en versterken de kenmerken zich naarmate de hormonen meer en meer door het lichaam fladderen.

Integratie?

Van een flat in Beek verhuisden Robin en ik in 2014 naar onze huidige woning in Schinveld. Voor mij terug naar mijn geboortedorp, maar voor Robin was Schinveld alleen bekend van bezoekjes aan opa en oma. Doordat hij op speciaal onderwijs in Geleen zat was de integratie in het dorp lastig. Dat kwam vooral door Robin zelf. Want in de paar weken dat hij heeft gevoetbald bij de plaatselijke club deed hij vele vriendjes op. Maar nadat ze enkele keren nul op rekest kregen als ze hem enthousiast kwamen halen om buiten te komen spelen werd het al snel weer stil. En Robin zat na school uren op zijn kamertje te gamen. De schoolkeuze voor het voortgezet onderwijs was een lijdensweg. Niet alleen viel hij met zijn scores net tussen wal en schip: te goed voor de praktijkschool en te lage cijfers voor het speciaal vmbo. Vanwege het Passend Onderwijs moest Robin ook nog in zijn eigen omgeving naar het voortgezet onderwijs. Dus Parkstad in plaats van Sittard/Geleen waar hij is opgegroeid en alles bekend is. Het duurde vele onderzoeken, gesprekken en een centimeters dik dossier om een TVL (=toelaatbaaheidsverklaring) te verkrijgen voor het LWTC in Sittard.

Krantjes bezorgen: Eitje!

Een paar maanden nadat Robin 13 jaar werd vond ik het tijd voor zijn eerste baantje. Krantjes bezorgen, dat moest best kunnen. Vol goede moed ging ik samen met hem aan de slag om weekblad 1Lokaal te verspreiden. Een middag vouwen en de volgende middag bezorgen. Eitje. Echter het belaste hem zodanig dat zijn school eronder te lijden had. De hele week was hij al bezig met ‘De Kranten’, het hele idee werd een GROOT IETS dat alle andere zaken volledig blokkeerde. Mensen om mee heen en ook school adviseerden mij ermee te stoppen. Maar ik wilde daar niets van weten en zorgde voor een aanpassing: Het Journaal, minder volume en geen vouwwerk. Het heeft driekwart jaar geduurd. Elke woensdag praten als brugman om hem ertoe te zetten het samen rond te brengen. De moed zakte me meer dan eens in de schoenen. Nu is het echter  ‘ingesleten’ in zijn routine en gaat het bijna vanzelf. Als ik een keertje niet meekan geen drama’s meer.

Robin is nu bijna 15 jaar, zit bij het LWTC op zijn plek en word de ‘opa’ van de klas genoemd. Zijn woordenschat en begrip van de engelse taal zijn geweldig (dankzij al die uren filmpjes kijken en gamen). Door zijn (van de ene dag op de andere) zware stem, nuchtere opmerkingen op het in zijn ogen ‘kinderachtige gegiechel’ als het om seks gaat en zijn altijd droge humor is hij geliefd bij klasgenoten en leraren. Hoewel hij zelf nog steeds zegt niks met mensen te hebben heeft iedereen hem erg graag. Nog steeds zit vele uren alleen op zijn kamer, maar tussendoor komt hij ook vaak even naar beneden om wat te vertellen, tv te kijken of een spelletje mee te doen. En dan heeft hij regelmatig de lachers op zijn hand met zijn rake opmerkingen. Laatst lag hij op de keukenbank en slaakte een zucht: ‘Ach, wat hou ik van mijn leven!’

Eindelijk voelt hij zich thuis in Schinveld, zit graag even ‘langs de Beek’ en geniet van het dorpse leven en de mensen die hem groeten als hij krantjes bezorgd. Thuis zorgt hij altijd voor de vrolijke noot. Ja, ik kan het soms nog niet helemaal geloven (ik weet waar we vandaan kwamen): Hij is echt mijn bijzondere en gezellige puber geworden!

Hij komt er wel dat bijzondere kind van mij!

 

(Oude blog uit 2012) Robin: Een heel bijzonder kind!

Ik heb een kind met autisme. Dat brengt zorgen met zich mee. Maar ook mooie momenten. De diagnose werd een jaar of vier geleden gesteld, dus ik ben er al heel vertrouwd mee. Toch blijft het me steeds weer verrassen. Net als ik denk: het gaat lekker. Dan komt de ontnuchtering. Autisme is namelijk geen ziekte. Het gaat niet over. Het zal er altijd zijn.

Laatst sprak ik een pedagoge, net afgestudeerd. Het gesprek kwam op mijn zoon. ‘PDD NOS? Oh, wat leuk!’ riep ze spontaan. Toen schrok ze van haar eigen enthousiasme en keek me onzeker aan. Ik schoot echter in de lach, vond de reactie geweldig. Autisme is iets speciaals. Zeker geen enge ziekte of iets negatiefs. Waarom reageren de meeste mensen dan vaak alsof het dat wel is en kijken me meewarig aan? Onbekend maakt onbemind zal ook hier van toepassing zijn. Ik weet inmiddels hoe belangrijk het is  dat je als ouder erkent dat je kind een ‘handicap’ heeft. Want zo noem ik het. En met een handicap moet je leren omgaan, of je dat nu leuk vind of niet. Ontkennen heeft geen zin. Daarmee gaat het niet weg. Je maakt het daardoor waarschijnlijk alleen maar erger. Als je je kop in het zand steekt, ontneem je je kind veel kansen. Kansen op succes en vooruitgang.

De beste stuurlui staan aan wal

Ook is het belangrijk dat het kind zelf ervan weet. Met mijn eigen zoon heb ik het er gewoon over. Hij kan soms opeens ‘uitflippen’, schijnbaar om niets. Maar in zijn hoofd is er dan chaos. Waarschijnlijk teveel prikkels of opdrachten in de afgelopen uren of dagen moeten opslaan. Op dat moment van uitflippen is hij nauwelijks aanspreekbaar, laat staan corrigeerbaar. Ik laat hem dan dus eerst ‘uitrazen’ en daarna praten we erover. Hoe kwam het? Kunnen we het een volgende voorkomen? Soms wel, als ik de signalen tijdig onderken. Maar in de praktijk zie het niet altijd aankomen. En als het dan gebeurt, grijp ik bewust niet meteen in. Dat is zinloos en verergert de situatie alleen maar. Zelf noemt hij het ‘kortsluiting in mijn hoofd’. Hij is op dat moment niet bij machte zijn situatie te controleren of sturen. Geen onWIL, maar onMACHT. Helaas wordt dit door de buitenwereld vaak verkeerd geïnterpreteerd. ‘Geef m maar es een dag aan mij, dat leren we hem wel af’, is het commentaar van de stuurlui aan wal.

Door veel met hem erover te praten leert hij zijn sterke en zwakke kanten kennen. Hij is een individu met een eigen gebruiksaanwijzing. En hebben we die niet allemaal? Bij de een is het boekje gewoon net even iets dikker dan bij de ander. En moet je wat langer lezen voordat je de persoon begrijpt. Ik noem hem ook liever niet ‘anders’. Want zijn er twee mensen gelijk? Nee toch? Mijn zoon is blij dat ik zijn handicap benoem en niet ontken. Dat zegt hij ook tegen mij: ‘Mama, ik ben blij dat jij mijn moeder bent. Jij begrijpt hoe het werkt in mijn hoofd. Dat is fijn, zo kun je mij ermee helpen.’

Sinds de diagnose is er veel veranderd. Speciaal basisonderwijs, meer structuur thuis en een andere aanpak van het gedrag door kennis van de stoornis. De vooruitgang is enorm en veelbelovend. De keren dat hij uitflipt zijn drastisch afgenomen. En als het gebeurt zijn deze buien korter en minder heftig. Zijn zelfvertrouwen en eigenwaarde zijn enorm gegroeid. Ook de sociale vaardigheden zijn stukken beter. Het was vroeger ondenkbaar dat hij iemand aankeek of een hand gaf. Nu lukt dat wel. Het blijft echter een enorme uitdaging om steeds de balans te vinden. Wanneer toon je begrip en geef je toe en wanneer moet je hem juist even over een grens duwen. Want ga je teveel mee in het gedrag dan rem je de ontwikkeling.

Het is geweldig om te zien wat je kunt bereiken met begrip en aanpassing. Mijn band met Robin is heel hecht en intens geworden. Achter zijn schijnbaar emotieloze masker gaat een heel gevoelig en zelfs sociaal kind schuil. Daarnaast beschikt hij over een groot en droog gevoel voor humor. Daarom kan ik de reactie van die pedagoge ook zo goed begrijpen: ‘Oh leuk!’ Hij is namelijk een heel bijzonder kind. En dat is ie!