Renoveren op zijn Pa’s Best

geplaatst in: Blog, Een echte Katja | 0

De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Had ik me net helemaal verzoend met het idee nog jaren te blijven wonen in mijn flatje (of sjieker: appartement!) is daar opeens, uit het niets, die kans. Kans op een huisje. Een schattig oud huis in Schinveld, mèt ruimte voor een studiootje!

Ik loop door het huis en wordt plotseling overvallen door emotie. Dit huis doet iets met me. Het ademt sfeer. Verleden. Het blijkt het ouderlijk huis van mijn grootvader te zijn. Mijn opa heeft hier als kleine jongen rondgelopen. Ja, daar ben ik gevoelig voor, dat komt bij me binnen.

Het huis is oud en behoorlijk onderkomen. Volledig gestript ook al. Keuken, schouw, alles is eruit. Kale, koude en vooral vochtige ruimtes zijn alles wat nog rest. Een tochtig, lekkend dak met een regenwaterafvoer die nergens op aansluit en het water kletterend laat vallen op een betonnen binnenplaatsje. Maar ik zie het niet. Ik zie alleen nostalgie en authenticiteit. “Die oude trap; geweldig!” Je ziet nog de afdruk van de loper die er ooit overheen zat. “En oh, die tegelvloer beneden in de gang.” Mijn vader ziet alleen een vloer die kapot is en dus eruit moet. Néé…die paar kapotte tegeltjes daar verzinnen we wel iets op. De rest absoluut behouden! “Prachtig die originele paneeldeuren.” Er is zelfs nog zo’n zwarte schakelknop voor de stoffen bedrading op de muur. Het is vooroorlogs allemaal.

En dan die loods erachter. Ik zie een wereld aan mogelijkheden. Ik droom van een studio aan huis. Ik wil het! Ik móet het hebben. Dit huis mag niet verloren gaan voor de familie. En dus aan de slag. Het is een helse klus. Mijn pa wil dit varkentje wel wassen. Liefst zoveel mogelijk zelf doen. Maar ja, een hoofd kan veel willen; een lijf van zeventig kan niet alles meer. Dus worden Rob de Bouwer, Electro Eddy en nog enkele hulptroepen ingeschakeld. Langzaamaan wordt ‘mijn’ huisje bewoonbaar gemaakt. Al moet ik stevig vinger aan de pols houden, want behalve handig is mijn pa vooral functioneel ingesteld. Zijn oplossingen zijn stormbestendig, maar het oog en mijn studio hebben ook zo hun eisen.

Een fotostudio met achtergronddoeken en meerdere softboxen heeft ruimte nodig. De loods verbouwen blijft voorlopig een droom, maar de hooizolder is een geweldig alternatief. Laat ik pap echter zijn gang gaan dan blijft van de benodigde binnenmaten weinig over. “Drie meter is plaats zat.” Ehhh…pap ik heb víer meter nodig! “Ik denk erover een nieuwe Cv-ketel in de keuken te plaatsen.” Wat? In de bijkeuken zul je bedoelen!

Eenmaal ontwaakt uit de eerste euforie zie ik ook steeds meer alarmerende zaken. Scheuren in muren, houten vloeren waardoor je aan de zijkant naar de benedenverdieping kunt kijken. “Gaat dit wel goed pap? Het is een bouwval!” Ik ben een kind van de huidige tijd. Heb in mijn huwelijkse jaren een tweetal nieuwbouwhuizen met betonnen vloeren bewoond. Ik vind dit dus best griezelig. Maar pap lacht: “Het komt wel goed allemaal. Laat het maar aan mij over.” Ik geef me gelaten over.

Die gelatenheid en vooral veel geduld zal ik hard nodig hebben de komende maanden. Renoveren op pap’s manier kost tijd. Dat staat zo vast als een huis!

Renoveren op zijn pa's best